Kant en echo
10 maart 2026 -Over dit project
Ik had nog een stuk restschering op mijn tafelgetouw zitten waarmee ik eerder het eindwerkstuk van mijn WON-Leerlingfase heb geweven. Met diezelfde schering heb ik ook nog een stukje kant gemaakt. Maar nu wilde ik wel de volledige 16 schachten van mijn getouw gebruiken…
En een beetje complexiteit in het ontwerp is natuurlijk wel leuk. Ik wilde iets anders weven dan alwéér zomer & winter, maar wel veel vrijheid behouden. Daarom heb ik gekozen om een weefsel met Atwater-Bronson (ook wel lace Bronson genoemd) te ontwerpen. Atwater-Bronson is, net als zomer & winter, een unit weave, waarbij blokken zonder problemen tegelijkertijd kunnen worden geweven, én waarbij de herhaling van blokken onbegrensd is. Dat geeft veel mogelijkheden in het ontwerpproces.
Atwater-Bronson’s inrijg is 1-P-1-P-1-2, met P een patroonschacht. Door meerdere aangrensende blokken tegelijkertijd te weven, krijg je geen spots, maar echte openingen in je stof. Zie ook Muller (1991). Aangezien Atwater-Bronson maar twee vaste schachten gebruikt, en elk blok maar één patroonschacht heeft, zijn er 14 blokken mogelijk op mijn 16-schachts getouw.
Het ontwerp
Even een beetje valsspelen, om de uitleg wel helderder te krijgen. Omdat ik al weet (door experimenteren) welke stappen ik wil gaan doen, weet ik ook al dat elke blok 3×6 = 18 dr in de schering zal worden. Ik wil het restant aan schering opmaken, dus ben ik gebonden aan 638 dr. Daarbinnen passen 638 / 18 = 35,4 blokken. Ik wil minstens 1 blok linnenbinding aan elke zijkant, dus kan ik een ontwerp maken voor 33 blokken × 16 dr/blok = 594 dr. De overige 44 dr worden gebruikt voor een linnenbinding.
Ik ben begonnen met een profiellijn over 14 profielschachten. Elk blokje heb ik vervangen met een rechte inrijging over 4 profielschachten. In WinWeef doe je dat door bij menu Technieken te kiezen voor Rijging echo te kiezen, met 2 echodraden. Om het profielontwerp af te maken, heb ik gekozen voor een 4/2/3/5-profielaanbinding. De profieltrapwijze is in het begin gelijk aan de profielinrijg. Na elke herhaling schuiven de profielinslagen één profieltrapper naar rechts op, zodat de profiellijn nog wel een continue lijn vormt maar ook een lange herhalingsperiode oplevert. Hierdoor is het uiteindelijke weefsel steeds weer ietsjes anders.
Wat me aanspreekt in dit ontwerp is de herhalende vormen die niet elke keer op dezelfde schaal terugkomen. Waar de profiellijn van opwaarts naar neerwaarts gaat en terug zijn er lijnen zichtbaar in het profielontwerp die er verstoord uitzien. Die combinatie van structuur, herhaling en verstoring van die structuur en herhaling wekken een spanning op bij mij.
Nu ga ik het profielontwerp omzetten tot een concreet weefsel. Elke profielketting van Figuur 3 zet ik om naar die van een Atwater-Bronson-blokje. Om dit in WinWeef te doen, laat ik eerst elke draad herhalen via Bewerken > Uitrekken in blok-modus. Via Technieken > Rijging bindrapport geef ik aan dat ik een rapport van 2×6 wil hebben. Die heb ik ingevuld zoals te zien is in Figuur 5. Patroondraden laat je open.
Daarna voeg ik bij Instellingen > Weefplan twee trappers aan de linkerkant toe. Ik pas het bindvlak aan (trapper 1 aan schacht 1, trapper 2 aan alle andere schachten, alle andere trappers ook aan trapper 2). Tenslotte zet je de Hele rijging naar trapwijze. De bindingstekening is klaar.
